De formatie van ons nieuwe kabinet heeft zolang geduurd, dat het moeilijk was om je aandacht erbij te houden en het proces belangstellend te blijven volgen. Informateurs kwamen en gingen, de positie van verschillende bewindslieden wankelde, sommigen vielen, anderen niet. Fractievoorzitters praatten mee, trokken zich terug en haakten vervolgens weer aan. Zo was het één groot gepolder. Tenenkrommend soms.

Politieke spelletjes, oordelen veel mensen. Ja, dat zijn het ook. Toch is het niet helemaal fair als dat het eindoordeel is over de club die op 10 januari met de koning op het bordes stond. Want dwars door die politieke spelletjes loopt de wens van heel veel goedwillende mensen om ons land vakkundig te regeren en de verschillende crisissen op te lossen. En dat doen we in Nederland nu eenmaal door te polderen, door compromissen te sluiten, door te geven en te nemen, door wensen te parkeren, soms voor best lange tijd, door pragmatisch te zijn. Zo werkt onze democratie toch, ondanks zeventien miljoen verschillende opvattingen in ons kleine landje. Petje af voor de mensen die dat aandurven. Zelfs los van de bedreigingen die het leven van politici en hun families verzieken, is dat een hele klus.

In onze kerk gaat het anders. Steeds weer hameren onze bisschoppen erop dat onze kerk geen democratie is. Geen: de meeste stemmen gelden, geen directe inspraak van onderaf, geen gepolder. Velen van ons hebben het gevoel dat de hiërarchie achter de dijk blijft liggen en onbereikbaar is voor de stem van de gelovigen.  Sommigen vertrekken om die reden uit de kerk -en komen vervolgens heel soms ook weer terug- anderen mopperen vooral en weer anderen zoeken naar manieren om toch te doen wat ze wezenlijk vinden voor ons geloof.

Van de politiek denk je soms: het is niet fraai wat we voorgeschoteld krijgen, maar in de kerk is het vaak niet veel mooier. En terecht worden we daarop afgerekend door buitenstaanders.  Want we claimen volgelingen van Jezus te zijn. Niet dat dat linksom of rechtsom betekent dat we volgzaam moeten zijn, maar het betekent wel dat we een ideaal hebben, een doel waar we naar toe werken en dat doel is een betere, mooiere wereld, een aarde zoals God de Schepper die bedoeld heeft.

Als volgelingen van Jezus zouden we heilig moeten zijn en heiligen zijn heelmakers, reparateurs van wat kapot is in deze wereld. In de krant en in onze parochiebladen kunnen we lezen dat veel mensen betreuren dat corona zoveel relaties kapot maakt. Als gelovigen zouden we ons moeten inzetten om het contact tussen mensen weer te repareren. Dat is wat volgelingen van Jezus doen: werken aan de reparatie van wat kapot is in onze samenleving, in onze omgeving, in ons leven, op deze aarde.

Onze paus, paus Franciscus, is ook een reparateur. Hij stelt diagnoses, soms heel ongemakkelijke, zoals die over de huisdieren die kinderen vervangen  en doet tegelijk pogingen om daadwerkelijk problemen aan te pakken. Hij geeft ook het goede voorbeeld. Er komen douches voor daklozen in het Vaticaan, er worden vluchtelingen opgevangen en gehuisvest en, en daar wilde ik het wat uitgebreider over hebben, er komt een synodaal proces als uitwerking van wat het tweede Vaticaans Concilie beoogde met de toekomst van de kerk.

Tijdens Vaticanum II is er door de concilievaders gepoogd om meer ruimte te maken voor de gelovigen. De eucharistieviering gingen we meer samen vieren, in de volkstaal, zodat we letterlijk mee konden praten, en er ontstond het besef dat als we allemaal de heilige Geest hadden ontvangen, als we allemaal vernieuwd zijn door de heilige Geest, zoals Paulus dat verwoordt, we ook allemaal Gods inspiratie hebben ontvangen. Niet alleen de gewijde mannen, maar iedere gedoopte kan iets zinnigs zeggen over het volgen van Jezus.

Paus Franciscus wil dit handen en voeten geven in het synodaal proces. Hij is ervan overtuigd dat de weg van de synodaliteit de weg is die God verwacht van de Kerk van het derde millennium.

De fundamentele vraag voor dit synodale proces is de volgende: We zijn als synodale kerk Samen op weg. Maar hoe werkt dat samen op weg zijn op dit moment in onze lokale kerkgemeenschap?  Wat gaat er goed, waar putten we moed uit, wat hebben we meegemaakt dat ons hielp en waar struikelden we over, wat zat ons dwars?

De vervolgvraag is dan: Welke stappen zouden we, geïnspireerd door de heilige Geest, moeten nemen opdat ons samen op weg zijn groeit en bloeit.

Misschien bent u geneigd om op deze vragen onmiddellijk met een antwoord klaar te staan. Ik bespeur die neiging in ieder geval zeker bij mijzelf. Maar dat is veel te rap. De paus vraagt ons twee dingen in acht te nemen. Ten eerste vraagt hij ons of we, net als Jezus deed in de rivier de Jordaan, eerst willen bidden om de heilige Geest voordat we antwoord geven. Want het gaat om het antwoord dat wij geven vanuit ons geloof, niet vanuit onze behoeften. Niet mijn wil, maar uw wil geschiede.  Dat vraagt om gebed, om contact met God.

Het tweede wat de paus ons op het hart drukt is of we de nadruk willen leggen op naar elkaar luisteren en ruimte houden voor verrassingen.  Wat heeft de ander te zeggen? En die ander neemt de paus opvallend ruim. Hij adviseert ons om met kerkverlaters te gaan praten, met andersgelovigen, met zieken en met vluchtelingen, armen en ontrechten. Om te luisteren naar de stemmen van hen die we meestal niet horen, omdat ze niet vlot gebekt zijn, omdat ze geen vooraanstaande rol spelen omdat ze buitenstander zijn.

De fundamentele vraag wordt vervolgens uitgesplitst in maar liefst tien deelvragen. Ik ga ze niet allemaal opsommen, maar noem er enkelen die de toon zetten.
De eerste deelvraag is: Wie zijn onze reisgenoten, ook buiten onze kerkelijke omgeving?
De tweede vraag luidt: Naar wie zouden wij als kerk eigenlijk moeten luisteren?
Er is ook een vraag over onze zending, onze opdracht in deze wereld. Hoe is deze zending?
En hoe nemen wij eigenlijk gezamenlijk beslissingen onder leiding van de Heilige Geest?

Het zijn allemaal vragen waarop we moeten kauwen, -nadat we gebeden hebben- het zijn ook gewetensvragen, die onze blik richten op mensen buiten onze directe kring. En hoe meer je je erin verdiept, hoe meer je denkt: Tja, daar zouden we inderdaad eens samen over moeten praten. Praten, niet discussiëren, niet streven naar mijn gelijk halen maar streven naar verdieping/ verbetering/ verbreding van ons gezamenlijk geloof opdat wij gezamenlijk kunnen gaan werken aan Gods koninkrijk.

Het is ongelofelijk ambitieus van de paus, en als je pessimistisch bent kan je allemaal valkuilen en miskleunen voorspellen in het verloop van dit synodale proces, dit samen op weg zijn. Maar je kan ook denken: De heilige Geest woont ook in mij en in de mensen om mij heen, en met hulp van die Geest kunnen wij wel degelijk samen op weg gaan, als een geloofsgemeenschap die gelooft in haar missie, en vertrouwt op haar Heer.

Omdat dat niet gemakkelijk is wil ik afsluiten met het gebed om de Heilige Geest dat traditioneel gebeden wordt wanneer er een synode geopend wordt. Worden we stil en bidden wij:

Wij staan voor U, Heilige Geest,
terwijl wij bijeenkomen in uw naam.
U alleen hebben wij om ons te geleiden,
maak dat U thuis bent in ons hart;
leer ons de weg die wij moeten volgen
en hoe wij deze moeten gaan.
Wij zijn zwakke mensen en zondaars;
laat niet toe dat wij de wanorde bevorderen.
Laat onwetendheid ons niet op de verkeerde weg brengen,
noch partijdigheid ons handelen beïnvloeden.
Maak dat wij in U onze eenheid vinden,
opdat wij samen kunnen gaan naar het eeuwige leven
en ons niet verwijderen van de weg van de waarheid
en van wat juist is.
Dat alles vragen wij U,
die overal en in iedere tijd werkzaam bent,
in de gemeenschap van de Vader en de Zoon,
in de eeuwen der eeuwen.
Amen.

Wies Sarot